Land van meren en gletsjers, van bergen en sneeuw. Land van trollen, van midzomernachtzon en het noorderlicht. Land van bossen en houten huizen. De afgelopen twee weken heb ik het geluk gehad om in het mooie Noorwegen te mogen verblijven, in Oslo en in een klein dorpje in de buurt van Bergen.
Het is moeilijk om de woorden te vinden die dit land kunnen beschrijven, die mijn indruk van het land kunnen beschrijven. “Wat een bijzonder land,” dat komt waarschijnlijk nog het dichtste in de buurt.
En het ís ook een bijzonder land. Tijdens de treinreis van Oslo naar Bergen – een tocht van 7.5 uur – kom je door verschillende landschappen. Ik vertrok met een zonnig lenteweertje uit Oslo, maar op ongeveer de helft van de reis begon het te sneeuwen. Een plaats als Finse was zelfs haast volkomen ingesneeuwd. Bij aankomst in Bergen bleek de sneeuw verdwenen te zijn, maar al snel werd me verteld dat het in Nesttun in de bergen nog wel eens sneeuwde. Niet in april, dacht ik bij mezelf. Maar de volgende ochtend trok ik de gordijnen open en zag ik een witte wereld. Het had gewoon gesneeuwd!
Ik viel van de ene verbazing in de andere. Wat een land, wat een mensen. De Noren lijken soms stug, maar als ze eenmaal met je praten, houden ze ook niet meer op.
Ook Nederland bleek goed vertegenwoordigd. Bij een souvenirswinkeltje in Bergen vroeg ik netjes in het Engels hoe duur ‘stamps to the Netherlands’ zijn – mijn Noors is niet zo goed. Maar ook hier werd ik verbaasd want ik kreeg antwoord in een onvervalst Rotterdams accent!
Maar het allermooist was wel de bergwandelingen op Floyen (met een streepje door de O wat een Nederlands toetsenbord niet kent). Wat een uitzicht op Bergen, wat een stad! Omringd door bergen en fjorden, ik kon er wel uren naar blijven kijken.
In het begin bleef ik vergelijken met Zweden. Sommige uitzichten leken zo uit Astrid Lindgrens boeken weggelopen, dat die zich in Zweden afspelen, vergat ik voor het gemak maar even. En wanneer je iemand bedankt zeg je ‘takk’, in Zweden ook.
Dit vergelijken was echter gauw afgelopen. Ik ben gegrepen door Noorwegen, vooral door Bergen. Wat een land. Toch jammer dat ik een koukleum ben. O ja, die regen in Bergen, daar werd ik ook niet vrolijk van. Toch heb ik alleen deze woorden: Noorwegen, wat een bijzonder land.